maandag 28 september 2009

Trekvlinder invasie in het Schorisgat

Tijdens een recente bezoekje viel het me op hoe dik de vlinders momenteel nog vliegen in het Schorisgat! Het bloemrijke weiland vlak naast het fietspad dat door Natuurpunt Haacht beheerd wordt in het bijzonder. Maar ook elders vliegen ze talrijk! Het betreft vooral de Oranje Luzernevlinder.
Zo goed als alle exemplaren in Vlaanderen betreffen Oranje Luzernevlinder. Toch wordt de soort nog heel vaak met Gele Luzernevlinder verward. De Gele en de Zuidelijke Luzernevlinder lijken bijzonder veel op elkaar. De determinatie behoeft dan ook de nodige aandacht. De kleur alleen is geen goed kenmerk. Kijk vooral naar de zwarte band in de voorvleugel, die is veel breder bij Oranje Luzernevlinder, terwijl die naar onderen toe zeer smal wordt bij de Gele. De vrouwtjes van de Oranje Luzernevlinder kunnen ook voorkomen in een vorm met lichtere voorvleugel (forma helice).

De Oranje Luzernevlinder komt voor op klaver- of luzernevelden. De rupsen leven ook op talrijke andere soorten van de vlinderbloemigen. Het is een Midden- en Zuid-Europese soort die als trekvlinder ook bij ons kan worden aangetroffen.
De Oranje Luzernevlinder wordt in jaarlijks wisselende aantallen waargenomen en goede jaren (zogenaamde invasiejaren) waren 1928, 1945, 1947, 1962, 1982, 1983, 1984, 1994, 1996 en 1998. Ook in Wallonië, Nederland en Duitsland wordt de Oranje Luzernevlinder in jaarlijks wisselende aantallen waargenomen. In Groot-Brittannië worden 1877, 1892, 1900, 1913, 1928, 1937, zes jaren tussen 1941 en 1950, 1955, 1969 en 1983 als invasiejaren beschouwd.
De vliegtijd is van april tot en met november. De eerste vlinders kunnen waargenomen worden vanaf eind april, maar meestal duurt het tot begin juli alvorens de aantallen enigszins toenemen. Ze kunnen hier meestal één generatie voortbrengen (afhankelijk van de zomertemperaturen soms zelfs meerdere), die in augustus haar hoogtepunt bereikt. Ze zijn echter niet in staat om hier te overwinteren.
De Gele Luzernevlinder komt eveneens voornamelijk voor op klaver- en luzernevelden en ook op extensief begraasde weiden met veel vlinderbloemigen maar op trek kan hij vrijwel overal opduiken. In het noorden is het een trekvlinder, in het zuiden een standvlinder.
De Oranje Luzernevlinder geniet geen wettelijke bescherming. De soort is als trekvlinder niet opgenomen in de Vlaamse of Belgische Rode Lijst, maar op Europese schaal is ze niet bedreigd.In het natuurbeheer zijn geen soortspecifieke maatregelen noodzakelijk, maar kan de soort wel baat hebben bij een algemeen vlindervriendelijk beheer.
Neem ook eens een kijkje op: http://waarnemingen.be/index.php?g=4

vrijdag 11 september 2009

‘t Broekventje wordt even Batman

Vleermuizen verdienen bescherming alsook hun verblijfplaatsen

Vleermuizen zijn erg nuttige dieren door de grote hoeveelheid schadelijke insecten zoals muggen en motten die ze elke nacht verorberen. Daarom worden ze ook beschermd. In België en in Europa zijn alle vleermuizen én hun verblijf- en rustplaatsen volledig beschermd.

In het netwerk van natuurgebieden in Vlaanderen, zijn de vleermuisverblijven een buitenbeentje. Holle bomen, mergelgroeven, oude tunnels, ijskelders, bunkers, forten, maar ook kelders en woonhuizen bieden aan onze bedreigde vleermuizen ‘s winters een veilig onderkomen.

BatAction

Europa wil niet alleen een passieve bescherming, maar ook een actieve. Het project BatAction dat die actieve bescherming biedt, krijgt daarom Europese steun. Europa heeft 950.000 euro veil om de vleermuizen in Vlaanderen een betere toekomst te bieden.

Een bijzondere actie in kader van het life-project is het vleermuisvriendelijk schild. Dit schildje gaat plaatsen aanduiden die interessant zijn voor vleermuizen. Het gaat dan over kerken, forten, huizen, bunkers, groeves,… Het schildje geeft de officiële erkenning van de Vlaamse overheid en Europa weer aan de objecteigenaar, omdat ze dit dus erg belangrijk achten. Objecten kunnen deze erkenning krijgen als er vleermuizen aanwezig zijn en/of als een object ideaal is ingericht voor vleermuizen. Het initiatief van dit schildje komt vanuit Vlaanderen, maar zou ook overgenomen worden in Brussel en Wallonië en we hopen ook nadien door andere Europese landen.

Natuurpunt Haacht kreeg ook Vleermuis schildje

Natuurpunt Haacht vroeg het schildje aan voor de ingerichte bunker in het Haachts Broek. Hier verblijven sinds enige tijd overwinterende Gewone oftewel Bruine Grootoorvleermuizen.

Bij het ingaan van de winter gaan vleermuizen massaal op zoek naar geschikte winterverblijven. Alle inheemse vleermuizen zijn insecteneters en vinden ’s winters bijgevolg geen voedsel. Daarom gaan onze vleermuizen in winterslaap: een bijna lethargische toestand waarbij de hartslag en lichaamstemperatuur drastisch verlaagt. Terend op hun vetvoorraad hopen vleermuizen zo de winter door te komen. Geschikte winterverblijven zijn dus van levensbelang voor onze vleermuizen. In een goed winterverblijf moet de temperatuur vrij stabiel zijn, heerst een hoge luchtvochtigheid en moet het bovenal rustig zijn zodat de vleermuizen ongestoord kunnen slapen.

Vanaf nu kan dus het schildje ook bewonderd worden in het Haachts Broek. Weeral een mooie verdienste van Natuurpunt Haacht!
















Doe zelf ook iets voor onze vleermuizen en verdien het schildje

Komen in jouw woning vleermuizen voor of is je woning ingericht voor vleermuizen? Ben je eigenaar van een object (ijskelders, bunkers, forten, oude tunnels,...) dat ingericht is voor vleermuizen of waar al vleermuizen voorkomen? Vraag dan aan ANB (Afdeling Natuur en Bos) om jouw vleermuizenverblijf te erkennen als ‘vleermuisvriendelijk object’. Aan ieder object wordt na erkenning door het ANB een schildje bevestigd, zodat het belang van de vele vleermuisverblijven in Vlaanderen ook daadwerkelijk zichtbaar wordt. Je vindt het aanvraagformulier voor het vleermuisvriendelijk schildje op de website van het LIFE-project BatAction: www.bataction.be.

zaterdag 8 augustus 2009

IJsvogel terug op anti-tankgracht

Vandaag, 8 augustus, kon het Broekventje nog eens een IJsvogel waarnemen op de anti-tankgracht! Niets speciaals zou je denken, want de aanwezigheid van deze vogelsoort werd hier, én elders in Haacht, al eerder vastgesteld. Helaas... de strenge winter heeft, zoals gevreesd, een zware tol geëist op het aantal aanwezige IJsvogels in onze regio. Bij nazicht op waarnemingen.be blijkt het aantal waarnemingen voor Vlaanderen gekelderd te zijn na afgelopen winter. Mogelijk zou de helft van de populatie van de kaart geveegd zijn… Pas in de herfst is duidelijk hoe groot de slachting onder de ijsvogels deze winter precies was. Het broedseizoen loopt van maart/april tot in augustus. Daarna is er goed zicht op het aantal dieren.

IJsvogels zijn erg gevoelig voor strenge winters. Een extreem strenge winter kan de IJsvogel bijna uitroeien. Anders dan zijn naam doet vermoeden, heeft de ijsvogel dus geen plezier van ijs. Een van de theorieën is dat het dier zijn naam dankt aan het feit dat mensen hem voor het eerst boven een wak op een tak zagen zitten.

Ze hebben meerdere legsels per jaar, dus de populatie kan na zo´n winter wel binnen enkele jaren weer op een redelijk peil zijn Door de voorbije elf relatief zachte winters kwamen er veel IJsvogels bij. Doordat ze in gunstige omstandigheden veel jongen grootbrengen, komt de ijsvogelstand waarschijnlijk niet in gevaar. De jongen zwermen vlotjes uit. het is waarschijnlijk zo'n uitzwermend jong dat nu gezien werd op de anti-tankgracht!

Vanwege zijn manier van vissen (van op een uitkijkpost boven het water) moeten bomen en of struiken aanwezig zijn en moet het water visrijk en redelijk helder zijn. Als er wordt voldaan aan die eisen, kan de IJsvogel een vrij algemene verschijning zijn.
Haachtse IJsvogels broeden in steile wanden, bijvoorbeeld de oevers van de Leibeek, maar ook in de oevers van de talrijke visputten. Ze graven een lange nestgang in deze wand (vaak tot wel 1 meter lang). De hoge, maar harde betonwand van de anti-tankgracht is uiteraard ongeschikt, en de lage oever evenmin.

IJsvogels zijn met hun blauwe en oranje kleuren een van onze meest opvallende en kleurrijke vogels. Toch worden ze vaak eerst ontdekt op hun geluid en kan het vaak een tijd duren voordat men ze te zien krijgt. Ze zijn vaak rusteloos en vliegen vaak direct weg als men te dicht in de buurt komt. Veel meer dan een blauwe flits die laag over het water vliegt, zal men dan niet zien. Om ze wat langduriger te zien te krijgen, loont het vaak om overhangende takken met een verrekijker af te speuren op een plek waarvan men weet dat er IJsvogels voorkomen.

Verricht je zelf een waarnemingen van een IJsvogel, twijfel dan niet langer om hem in te geven op waarnemingen.be !

vrijdag 17 juli 2009

Broedvogelinventarisatie Dijleboorden afgerond

De 11de volledige broedvogelinventarisatie zit er weer op. Toch voor wat betreft het terreinwerk. Wat nu nog volgt is de administratieve verwerking, het oplijsten, de interpretatie en het schrijven van het jaarlijks verslag.
Er mag alvast besloten worden dat het veldwerk een groot succes was. Er kwamen immers enkele nieuwe waarnemers meewerken en samen werden ruimschoots voldoende waarnemingsuren gepresteerd!
Zo zal het dan ook mogelijk zijn een erg realistische inschatting te maken van de aantallen van bijvoorbeeld Kievit en Patrijs. Beide vogelsoorten typeren het open landschap van de Dijleboorden ten voeten uit! Vooral de Patrijs kreeg veel aandacht.
Er werden voor deze specifieke soort extra bezoeken gebracht aan het onderzochte gebied. De foto’s hiernaast illustreren hoe de beste plekjes voor deze soorten eruit zien.
Verder is de aanwezigheid vermeldenswaardig van soorten als Veldleeuwerik (maar erg lage aantallen), Roodborsttapuit (opvallend sterk vertegenwoordigd), Grasmus (zeer sterk vertegenwoordigd), Bosrietzanger, Blauwborst, …
Begin juni kwam nog een leuke verrassing op de proppen in de vorm van een laattijdig ontdekte Grauwe Vliegenvanger, een discreet, klein vogeltje dat makkelijk ontsnapt aan de aandacht. Maar niet dit jaar!

Hier vind je het rapport !

woensdag 17 juni 2009

Kamsalamander in de anti-tankgracht

In 2008 werd er in de antitankgracht een inventarisatie van de amfibieën uitgevoerd. Deze inventarisatie gebeurde over de ganse antitankgracht, van het vlonderpad tot en met het gedeelte aan het Erwteveld. Er werden acht amfibieënfuiken geplaatst en dit werd vier maal herhaald. De vangst van een kamsalamander (1 vrouwtje), in het stuk tussen Scharent en Wilde Heide, was toch wel opmerkelijk. Naar aanleiding van deze vangst werd dan besloten om opnieuw en gerichter te gaan inventariseren. In 2009 werd het betreffende gedeelte van de antitankgracht, tussen Scharent en Wilde Heide, opnieuw geïnventariseerd. Dit stuk werd vier maal bemonsterd met een zestal fuiken.

Voor meer info, lees onze nieuwsbrief!

zondag 25 januari 2009

Sleedoornpages en Grootoorvleermuizen

In de late zomer van 2007 werd een unieke waarneming verricht in het Haachts Broek: een wijfje Sleedoornpage. Omdat dit een zeldzaam en waardevol vlindertje is, is het zeker de moeite om het beheer van het gebied aan te passen aan deze soort. Om het voorkomen in het Haachts Broek beter in te schatten organiseerden we, net als vorige winter, een kleine zoekaktie naar eitjes van deze vlindersoort. Ook al is dit min of meer zoeken naar de spreekwoordelijke naald in de hooiberg, toch is de waarnemingskans van een eitje groter dan die van een vlinder. Dit is te verklaren door het feit dat de vlinder zelf niet alleen klein en zeldzaam is, hij brengt ook nog es het grootste deel van z'n leven hoog in de boomkruinen door! De wijfjes zetten de eitjes (ter grootte van een speldenknop) afzonderlijk af op de schors van Sleedoorntwijgjes, bijna steeds op de overgang tussen één- en tweejarige twijgen of aan de basis van een doorn op een hoogte variërend van 20 cm tot 1 meter (maximum tot 2,5 meter).

Net zoals vorig jaar werden geen eitjes aangetroffen. De Cel Studie zal in de volgende vliegtijd (vooral van 10 augustus tot 10 september) alles op alles zetten om volwassen vlinders van deze soort op te tekenen. Wilt u deel uit maken van dit spannend project, neem dan zeker contact op met ons op info@natuurpunthaacht.be!

Het goede nieuws komt echter van een heel andere soort. We maakten tijdens de Sleedoornpage-eitjes zoektocht immers ook van de gelegenheid gebruik om de jaarlijkse vleermuizen telling uit te voeren in de bunker in het Haachts Broek.















Tijdens de vorige wintercontrole van de bunkers die ingericht zijn als geschikt winterkwartier voor vleermuizen werd voor het eerst een opmerkelijke vleermuissoort vastgesteld: De Gewone oftewel Bruine Grootoorvleermuis. Het dier zat te overwinteren in de door Natuurpunt verstrekte hulpmiddelen: met holtes voorziene grote snelbouwstenen. Ook bevindt er zich een thermometer en een toestel dat de relatieve luchtvochtigheid meet. Beide parameters zijn bepalend of vleermuizen ergens wensen te overwinteren al dan niet.

Dit jaar werden maar liefst 4 exemplaren aangetroffen! Een opmerkelijke stijging ten opzichte van vorig jaar. Natuurpunt Haacht is heel tevreden met dit succes. We hopen dan ook uw begrip te mogen hebben voor het ontoegangkelijk houden van de bunker. Rust is immers van cruciaal belang voor dergelijke overwinteringsplaatsen. De tellingen vinden dan ook maar éénmaal jaarlijks plaats en worden erg kort gehouden om door onze lichaamstemperatuur en onze lichten de dieren niet wakker te maken.

Lees elders op deze blog meer over de Grootoorvleermuis.

woensdag 11 juni 2008

Gebrummel in het Haachts Broek

Op 18 mei maakte ik een tijdens een wandeling door het hartje van het Haachts Broek kennis met een nachtvlinder die ik nog niet eerder gezien had. Gezien het erg grote aantal nachtvlinders gebeurt dat wel vaker. Maar deze leek me écht weinig vertrouwd, en ik had dan ook meteen door dat het iets zeldzaams kon betreffen. Ik besloot dan maar een foto te nemen onder het motto “Je weet maar nooit!”.

Na enig opzoekwerk bleek het een (inderdaad zeldzame) Brummelspanner te betreffen. Zeldzaam is misschien een ietwat zware term, want lokaal kom je deze soort wel af en toe tegen. Zo wordt deze spanner bijvoorbeeld in het gebied Broek De Naeyer (Willebroek) jaarlijks aangetroffen door nachtvlinderspecialisten. Alle waarnemingen worden verricht in de periode mei tot augustus maar wel steeds in zeer klein aantal.
Ook in Nederland en verder in Europa is het een wijdverspreide soort die echter overal slechts in kleine aantallen wordt gezien.













De Brummelspanner is vaak moeilijk te fotograferen. Weliswaar laat hij zich gemakkelijk opjagen vanuit het struikgewas (hij zit ook als volwassen dier graag in bramenstruiken), maar hij vliegt vaak maar een klein eindje weg om opnieuw aan de onderkant van een blad te gaan zitten, het liefst op een donker plekje. Bovendien zijn bramenstruiken verre van toegankelijk door hun prikkende doorns. Het feit dat dit exemplaar zo open en bloot op een schors zat was dus een echte meevaller. Ook met kunstlicht is deze soort nauwelijks te vangen, want hij komt daar maar zelden op af.

De Brummelspanner (Mesoleuca albicillata) is een nachtvlinder uit de familie Geometridae oftewel de spanners. De naam van deze spanner verwijst naar de waardplant, brummel is een oud-Nederlands woord voor braam. Een andere gebruikte naam is dan ook Bramenspanner.

Het is een erg fraaie spanner. De basiskleur is helderwit. De vleugels beginnen met een schouderpartij waarin grijze en donkerbruine banden en vlekken elkaar afwisselen. Dan volgt een chocoladebruine band. Het middenstuk is op één klein grijs vlekje na ongetekend. De vleugelpunten zijn nagenoeg wit, maar daarvoor zit een zwarte of donkerbruine vlek. Aan de andere rand van de vleugel vinden we nog zo'n vlek, maar dan veel kleiner. Je kunt hem niet verwarren met een andere soort. De merkwaardige tekening op de vleugels doet het dier in rust sterk lijken op een vogelstrontje, iets dat we bijvoorbeeld ook zien bij een aantal bladrollers. Met een spanwijdte van 34 tot 38 mm een redelijk grote soort.

De larve, die tot 25 mm lang wordt, is groen met een beide zijkanten een roodbruine streep die ter hoogte van het borststuk begint en niet bij de kop. Op de rug kleine rode vijfhoekige vlekjes, meestal met een wittige vlekje in het midden. De kop is groen met bruine spikkels. De soort kent één generatie (hoewel zéér zelden een tweede in het najaar voor kan komen). De rupsen zie je vanaf juli tot in september. Ze eten 's nachts en rusten overdag. Vaak zitten ze dan langs of op de lengtenerf van een blad en zijn dan maar moeilijk te ontdekken. Al in september graven ze een gaatje in de grond, spinnen een cocon en verpoppen in die cocon. Op die manier overwinteren ze. Ook na de winter blijven ze lang in rust, want de vlinders verschijnen pas eind mei/begin juni. We vinden de rupsen op bramen, frambozen en bosaardbeien. De Engelse handboeken noemen ook de hazelaar als voedselplant.

De vliegtijd is van half mei tot half augustus, hoewel soms een tweede generatie in augustus gaat vliegen die dan tot in oktober kan doorvliegen, maar dat verschijnsel is uiterst zeldzaam.